Het onderwijs op de schop
Posted in: essay onderwijsvernieuwingen by nihlaeth on August 31, 2009
Ik las net mijn oude artikelen over hoe verschrikkelijk ik dit Nederlandse onderwijs vind en ik moet tot mijn spijt concluderen dat ik nog geen steek vooruit ben gekomen. Ik heb na een jaar zeuren de school zo ver gekregen dat ik bepaalde lessen mag ’skippen’, ik mag buiten de les de stof zelfstandig doornemen. Dat is op zich een grote overwinning op het systeem, maar echt werken doet het niet. Ik mag dan nog zo verantwoordelijk en zelfstandig zijn, alle eigenschappen waar mee gepreekt wordt hier op school, maar als mij geen hand toegestoken wordt red ik het simpelweg niet. Ik moet bijvoorbeeld wel weten wanneer ik mijn toetsen heb en wat de lesstof daarvoor is…
Alles wat we leren hier -naast de nutteloze en vaak onjuiste feiten- is gehoorzaamheid. We krijgen ingestampt dat het leven oneerlijk is en hard en dat je niet op medeleven mag rekenen of zelfs maar hopen. Dit systeem werkt perfect om arbeiders te kweken, mensen die dansen naar de pijpen van hun baas en zonder klagen het zware werk verrichten. Een van de grootste nadelen van dit systeem is dat we een maatschappij creeren van individuen. Nu is daar op zich niks mis mee, mits deze individuen rekening met elkaar houden en dat is nu juist wat er niet gebeurt. Kinderen leren aan dat het ieder voor zich is, we kweken egoistische mensen in onze leerfabrieken. Dat is de reden dat we nu in een financiele crisis zitten, mensen die alleen maar aan zichzelf dachten, zelfverrijking. De toekomst, het millieu en hun medemens kon hen gestolen worden. Vertel mij niet dat ze de kredietcrisis niet hadden kunnen voorzien, elke middelbare scholier kan je vertellen dat als je verlies in een doosje doet en dat gaat verkopen dat het geld dan op een gegeven moment opraakt. Elke simpele ziel kan je vertellen dat je niet moet lenen aan mensen die je niet kunnen terugbetalen.
Ons onderwijssysteem is dus eigenlijk verschrikkelijk verouderd, het is ontworpen in de industriele revolutie en als we kijken naar waar het ons gebracht heeft dan mogen we zeker niet tevreden zijn. De technologie heeft vooruitgang geboekt, dat wel. Dat komt omdat we prima werkers hebben geschapen. De mens als wezen is echter achteruit gegaan, en wat is er nu belangrijker?
We hebben onderwijs nodig dat zelfstandige, gebalanceerde mensen vormt. Vrije geesten, creatievelingen en verantwoordelijke mensen. Dit zijn de eigenschappen die de mensheid als soort nodig heeft om te overleven en om vooruitgang te boeken. Om dat voor elkaar te krijgen moeten we af van het strenge karakter van het hedendaagse leren. De structurering in lesuren en vakken moet verdwijnen en zelfstandigheid moet geintegreerd worden in het gehele leerproces in plaats van alleen in werkstukken en opdrachten.
Natuurlijk zijn hier een hoop tegenargumenten voor, onder andere genaamd lerarentekort, algemene ontwikkeling en onderwijsniveau, maar ik denk dat de voordelen deze nadelen weg zullen vagen. Ten eerste het lerarentekort. In dit systeem zullen leraren veel meer als een begeleider in het leertraject optreden dan als een absolute macht, op die manier zal het vak leraar veel plezieriger zijn om te praktiseren en zullen er meer mensen geneigd zijn dit beroep te kiezen.
Ten tweede de alom gepredikte algemene ontwikkeling. Er wordt gedacht dat als leerlingen zelf kiezen wat, hoe, waar en wanneer ze leren dat een groot deel van de stof die als niet interessant beschouwd wordt overgeslagen zal worden. Dit zou slecht zijn omdat een brede kennisbasis een mens zou vormen. Ik ben zelf van mening dat een zelfstandige houding en een prettige ervaring bij het leren veel waardevoller is dan deze zogenaamde algemene ontwikkeling. Als een individu kennis echt nodig heeft, zal deze daar vanzelf achter komen en deze alsnog tot zich nemen. Op die manier zal deze persoon ook het nut van de informatie inzien en gemotiveerder te zijn om deze te doorgronden en onthouden.
Ten derde natuurlijk het onderwijsniveau. Er wordt gevreesd dat het niveau van het onderwijs zou dalen als men alle krampachtige regels los zou laten. Het tegenovergestelde zou echter plaatsvinden. Op dit moment kampen universiteiten met grote problemen omdat het middelbaar onderwijs niet op niveau is. De zogenaamde zesjescultuur heerst. Leerlingen leren alleen voor hun cijfer en vergeten na de test alles simpelweg weer. Als we over zouden stappen op dit onderwijssysteem zouden leerlingen niet leren simpelweg omdat het moet, maar uit interesse of vanuit het besef dat ze deze kennis nodig hebben in het leven. Natuurlijk zal het altijd voorkomen dat leerlingen niet genoeg meekrijgen van hun opleiding, maar is dat nu ook niet het geval? Aan de andere kant zullen er in dit systeem wel leerlingen zijn die meer meekrijgen dan gemiddeld, en dat is nu zeker niet het geval!
Surrealisme als levensstijl
Posted in: Blogs by nihlaeth on June 04, 2009
Het zit er al weer bijna op, dat begint meer en meer tot me door te dringen. Nog 2 weken en dan is het schooljaar over, nog 5 examenweken en mijn centraal examen en dan is mijn schoolcarriere afgesloten. Aan de ene kant gaat het beangstigend snel, ik zit plotseling midden in de examenstress van het cambridge certificate advanced english, eigenlijk zonder dat ik het doorhad is mijn mondeling genaderd, het heeft me besprongen en met een verdwaasd gevoel achter gelaten. Het is over, het is voorbij… Nu nog de rest… En ook dat sluipt op kousenvoetjes dichterbij, klaar om aan te vallen. 2 weken nog… Dan moet ik minimaal 80% scoren, anders kan ik mijn grote droom vaarwel zeggen. Eigenlijk ben ik er best rustig over, ik heb niet het idee dat ik nog iets aan de uitkomst van het examen kan verandere nu, al heb ik het nog niet achter de rug. Geen paniekaanvallen, geen obsessief leergedrag… Ik weet ook eigenlijk wel dat ik het kan, al is dat een onzeker gevoel omdat ik nniet weet wat nodig is voor 80%.
Daarnaast heeft Angels and Demons the online rpg sinds gisteren een enorme groei meegemaakt (gisteren alleen al bijna 300%), wat een beetje hetzelfde effect op me heeft als het cambridge mondeling. Plotseling moet alles werken, plotseling is het belangrijk dat de site 24/7 online is. En wat me nog het meeste verbaasd is dat er behoorlijk fanatiek gespeeld wordt, natuurlijk ik heb een aantal weken van keihard programmeren achter de rug, maar dit had ik niet verwacht… Wel gehoopt natuurlijk, dat wel.
Het voelt alsof ik in de achtbaan ben beland, ik ben ingestapt, maar terwijl ik nog even naar iemand zwaai die aan de kant staat vertrekt het karretje al…
Ik ben wat dat betreft wel blij dat het bijna vakantie is, er moet nog zo veel gebeuren om Angels and Demons tot een volwaardig rpg te maken. Eigenlijk is het een fulltime baan voor me, maar het voordeel is dat ik er plezier in heb. Zeker nu het een beetje begint te lopen, en dat zorgt dat ik het naast mijn schoolwerk vol kan houden.
Er hangt een beetje een surrealistische sfeer over mijn leven. Dingen waarvan ik nooit gedroomd hadden dat ze zouden gebeuren, vinden plotseling plaats, andere dingen, waar ik al tijden voor vecht, zijn plotseling voorbij. Mijn knie lijkt plotseling helemaal niet belangrijk meer…
Angels and Demons the game
Posted in: tips by nihlaeth on May 24, 2009
Angels and Demons is een nieuwe online game, die vreemd genoeg helemaal niets te maken heeft met het gelijknamige boek van Dan Brown. Dit spel gaat om de strijd tussen angels en demons, om het gevecht tussen goed en kwaad.
Angels and Demons is volledig gratis te spelen, alleen als je extra functies wilt hebben moet je betalen, maar zelfs dat hoeft niet, want als je je nu inschrijft, krijg je gratis 50 ‘credits’.
Echt een aanrader!
http://angels-and-demons.co.uk
Recensie Perenbomen Bloeien Wit (Gerbrand Bakker)
Posted in: Recensies by nihlaeth on May 18, 2009
Literatuur of kinderboek?
Titel: Perenbomen bloeien wit
Schrijver: Gerbrand Bakker
Uitgever: Malmberg
Aantal pagina’s: 129
ISBN: 978-90-345-5513-7
Prijzen: Longlist voor de Gouden Uil 2000
Perenbomen bloeien wit gaat over het leven van Gerson. Gerson woont samen met zijn twee broers, Klaas en Kees (een tweeling) en de hond, Daan, bij zijn vader. De jongens hadden de gewoonte om het spel ‘zwart’ te spelen waarbij ze hun ogen moesten sluiten en zo snel mogelijk een bepaald doelwit bereiken. ‘Zwart’ wordt echter de akelige realiteit voor Gerson als het gezin een auto ongeluk krijgt terwijl ze onderweg naar hun grootouders zijn. Klaas en Kees vertellen over hun leven met Gerson tot het bittere einde.
Het eerste wat opvalt aan dit boek is de simpele stijl. Er worden korte zinnen gebruikt, simpele woorden en er zit eindeloos veel herhaling in. “Vroeger speelden we het. We hebben het jarenlang gespeeld. Tot een half jaar geleden, toen deden we het voor het laatst. Daarna had het weinig zin meer.”(blz 5) De schrijver beweert achter in het boek dat er voor hem geen verschil is tussen schrijven voor kinderen en volwassenen en dit is dan ook duidelijk te merken. Gerbrand Bakker maakt geen onderscheid tussen kinderen en volwassenen, hij schrijft alsof elke lezer een kind is.
De verhaallijn van Perenbomen bloeien wit is niet bijster ingewikkeld, maar zou een goede roman kunnen voortbrengen. Jammer genoeg vindt Gerbrand Bakker het nodig om voortdurend te verklappen wat er zal gaan gebeuren, waardoor je het toch al voor de hand liggende einde al vanaf pagina tien ziet aankomen. “Op woensdag 28 juli werd Gerson veertien jaar oud. Hoe konden wij weten dat hij daarna nooit meer jarig zou worden?” (blz85) Dit doet me een beetje denken aan een klein kind dat een mop vertelt. Hij vindt het zo grappig, dat hij niet kan wachten om de clue alvast te vertellen en verpest zo de hele grap.
Verder is het opvallend dat de vertellers, Kees en Klaas, niet ouder lijken te worden door het verhaal heen. In het begin zijn ze rond de zeven jaar, maar tegen de tijd dat ze vijftien (of zestien?) zijn, spreken en denken ze nog steeds als zevenjarigen. Toen ik begon met lezen dacht ik nog dat de simpele stijl te wijten was aan de leeftijd van de vertellers, maar dit is in het hele boek niet veranderd. Wel gaat het niveau NOG verder omlaag als aan het einde het perspectief even naar Daan wisselt.
Dit boek wordt ingedeeld bij de literatuur, maar wat ik van literatuur verwacht is een mooie stijl, een verhaal waar een diepere betekenis achter zit, iets om over na te denken. Wat ik in dit boek vond was verveling, het is een kinderboek en niets meer. Het enige positieve punt vond ik eigenlijk de titel, ‘Perenbomen bloeien wit’. Dat roept vragen op, het roept een beeld op. Het verhaal zelf beantwoorde de vragen al voordat ze zelfs maar gesteld werden. Perenbomen bloeien wit is heel geschikt als kinderboek, maar de titel literatuur absoluut onwaardig.
Het leven is een suikerspin
Posted in: Blogs by nihlaeth on April 29, 2009
Hoe vreemd kan je leven worden, dat is iets wat ik me vaak afvraag de laatste weken. Tien seconden kunnen je hele zijjn overhoop gooien, een verkeerde beweging is genoeg. Ik spreek uit ervaring, ik loop nu al bijna vier maanden op krukken en als het zo door gaat loop ik over vier maanden NOG op krukken. En als dat nu het enige was… Ik snap niet meer hoe deze wereld in elkaar zit, wie ik ben en wat ik moet. Ik was gewend om naar een bepaald punt toe te werken, daar in een rechte lijn naartoe te gaan. Maar nu lijkt mijn leven meer op een suikerspin en ik weet niet meer wat onder en boven is.
Het is eigenlijk allemaal zo vreemd geworden sinds ik met manifestatie bezig ben gegaan. Ik ga uit van het principe dat de wereld zoals wij die kennen niet bestaat. Het is een illusie, een hologram, gecreeerd door een gezamelijke projectie. Je kunt het zien als een droom die we met zijn allen tegelijk dromen. Wij maken dus de wereld om ons heen. Vanuit dit gezichtspunt zijn wij dus in staat om de materiele wereld aan te passen. Dit kan door middel van gedachtes en gevoelens. Als je positiviteit uitstraalt, zullen er goede en leuke dingen gebeuren, maar het kan ook specefieker. Je kunt letterlijk bestellingen plaatsen bij het universum. Dit noemen we manifesteren. Dit is best moeilijk, omdat je moet blijven geloven en positief moet blijven denken. Als het niet meteen lukt is het de kunst om de hoop niet op te geven. In theorie is het even makkelijk om een miljoen euro te manifesteren als om een kopje thee te manifesteren, in de praktijk is dit verschil er zeker wel. Dit heeft er mee te maken dat wij het als moeilijk zien. We zijn vaak opgegroeid met het idee dat je voor geld moet werken en hebben zo een geestelijke barriere gevormd. Begin dus met iets makkelijks, manifesteer jezelf een ijsje, of een kop koffie. Bekijk the secret.
Nou, dat is dus ongeveer waar ik mee bezig ben in het dagelijks leven. Mijn probleem is alleen dat ik mezelf heb aangeleerd om op een nogal depressieve manier te denken. Maar ik ben het zat om depressief te zijn. Ik wil leven, ik wil genieten en dat probeer ik ook heel hard. Moeilijk omdat je onder sommige dingen gewoon niet uit komt. School bijvoorbeeld. Ik vind school gewoon niet leuk, niet op deze manier. Ik kan mezelf wel voorhouden dat ik dat wel doe, maar dan hou ik mezelf voor de gek. Het geheim is om er genoeg tegenover te stellen wat je goede humeur in stand houdt. Bij vriendinnen logeren in het weekend, naar leve de wiskunde in Amsterdam, aan Lapp-top meedoen om je week een beetje te breken.
Aan de ene kant word ik heel moe van vrolijk zijn, aan de andere kant word ik nog veel vermoeider van depri doen. Hmm, misschien moet ik eens wat meer slaap proberen te krijgen…
Teylers museum
Posted in: artikelen by nihlaeth on April 18, 2009
Inleiding
Ooit was het Teylers museum een bruisende plaats. Elke dag werden er lezingen gehouden, er werden lessen gegeven en er werden publieke beeldanalyses gemaakt van de kunstwerken die binnen kwamen. Het was een centrum van wetenschap. Nu is het niet veel meer dan een saai museum, waar alles netjes geordend met latijns naamkaartje achter glas geborgen is, maar als je goed kijkt kan je in de weerspiegeling van het glas nog de oude glorie herkennen.
Het Teylers museum is vernoemd naar Pieter Teyler van de Hulst, een man met, conform het beeld van de verlichting, grote interesse voor de kunst en wetenschap. Tijdens zijn leven legde hij een grote verzameling aan van onder andere schilderijen, fossielen, natuurkundige instrumenten, edelstenen en mineralen. In zijn testament liet hij vastleggen dat zijn collectie moets dienen tot de bevorderd werd, in 1778 de Teylers stichting in het leven geroepen. Oorspronkelijk was dit geen museum, de schilderijen werden gebruikt in kunstbeschouwingen, de mineralen werden gebruikt in openbare lessen, de natuurkundige opstellingen in experimenten en lezingen en de boeken voor studie, net als de fossielen.
In 1784 werd de Teylers collectie openbaar gesteld, en daarmee is het het oudste museum van Nederland. Later is alle wetenschappelijke actviteit verdwenen, maar het museum is blijven bestaan. Op een zaal na, waar de expositie van tijd tot tijd wisselt, is het museum vrijwel onveranderd gebleven. Ook al is het in het museum nogal stil en is er niet heel veel te doen, de aanblik van de prachtige architectuur en de antieke vitrines maken het een bezoekje al waard.
Indeling Fossielen in Teylers museum
De fossielen in het Teylers museum zijn geordend op leefperiode, vindplaats en diersoort.
Vragen
1) Je ziet hier de plesiosaurus
a) Wat is langer, de staart of de nek?
-de nek is het langste.
b) Wat zal de functie zijn van de staart?
-de functies zullen voortbeweging en sturing geweest zijn
c) Wat dal de functie zijn van de nek?
-het makkelijk bereiken van een prooi(ze vingen hun prooi door onverwachte snelle bewegingen van de nek).
d) Wat betekent het woord saurus?
-het woord saurus komt uit het latijn en betekent hagedis.
2) De plesiosaurus was een waterdier. Waaraan kan je zien dat zijn voorouders op het land geleefd hebben?
-de flippers bestaan nog uit verschillende ‘vingers’.
3) Je ziet hier de Ichtyosauriers, de vishagedissen. Kan je het kenmerk(vraag 2) ook terugvinden bij hen?
-ja, ook de flippers van dit fossiel bestaan uit verschillende ‘vingers’.
4) Vergelijk de pootstructuren van de Plesiosaurus en de Ichtyosaurus met die van de grottenbeer. Welke staat dichterbij de landdieren?
-de Plesiosaurus heeft grotere kootjes dan de Ichtyosaurus en staat dus dichter bij de holenbeer.
5) De Moeritherium is verwant aan de eerste olifanten, de Palaeomastodont. Welke overeenkomsten zie je?
-ze hebben beiden een paar grote slachtanden.
6) De kop van de Moeritherium lijkt echter ook veel op die van de grottenbeer, maar de kiezen zijn duidelijk verschillend. Waaruit bestaan de verschillen?
-de Moeritherium heeft grotere keizen dan de grottenbeer.
7) Als een paleontoloog een mammoetkies vindt, kan hij zien of deze uit de onderkaak of uit de bovenkaak komt. Je kan dit ook zien bij de Indische olifant. Waaraan kan je dit zien?
-de onderste kiezen hebben een veel grotere lengte dan de bovenste kiezen.
De oudste periode van het Pleistoceen heet Tiglien.
a) Naar welke plaats in nederland is deze periode genoemd?
-naar de plaats Tegelen
b) Waarom heeft men dit gedaan?
-dit is gedaan omdat er op die plek veel fossielen uit dat tijdperk gevonden zijn.
9) Welke dieren zijn daar in het Tiglien gevonden die je er tegenwoordig niet meer aantreft?
Fossielen van dieren die toen leefden, maar nu uitgestorven zijn zijn onder andere de neushoorn, de hyena, de aap en de zebra.
10) Hier vind je fossielen die afkomstig zijn uit het carboon. Waarom noemt men deze periode het carboon?
-Deze periode is zo genoemd omdat er in die tijd heel veel koolstof in de grond en in de lucht zat, en carboon(engels:carbon) betekent letterlijk koolstof.
11) Stromatolieten zijn de eerste aanwijzingen voor het leven op aarde en worden dus ook fossielen genoemd. Hoe zijn zij ontstaan?
-deze zijn ontstaan door het afsterven van blauwwieralgen. De dode organismen hebben zich opgestapelt, en werden later samengeperst door de druk van de omliggende aarde en het water.
12) Bekijk het afgietsel van de Archaeopteryx en de plaat die erboven hangt.
a) Wat zijn de drie reptielkenmerken van de Archaeopteryx?
-de drie kenmerken zijn de tanden, de lange staart en de klauwen.
b) Wat is het vogelkenmerk?
-de overeenkomst tussen dit fossiel en hedendaagse vogels zijn de veren.
13) Bij de eencellige nummulieten kan je onder het vergrootglas de kamertjes zien die dit diertje maakt. Verklaar hoe zo’n grote structuur toch het skelet kan zijn van een eencellig organisme.
-dit organisme vormt elke keer een kamertje om zich heen, en gaat daar dan uit om weer een nieuw kamertje te vormen. Zo ontstaat dit skelet.
14) De sutuurlijnen van Ammonieten aan de buitenkant van de schelp zijn belangrijk voor de indeling van deze organismen.
a) Met welk doel worden deze gevormd?
-deze dienen voor stevigheid.
b) Ammonieten kunnen heel groot worden. Sommige hadden een diameter van meer dan een meter. Waardoor konden zij toch goed zwemmen?
-deze ammonieten hadden luchtkamers en waterkamers. In de luchtkamers kon dit organisme gas laten stromen(vanuit het bloed) en het ook weer in het bloed opnemen, waardoor het zich verticaal door het water kon verplaatsen (het duikbootproncipe is daar van afgekeken). Voor horziontale verplaatsing hadden deze organismen een zogenaamde ’straalpijp’ waardoor ze water konden laten stromen.
c) Ammonieten zijn uitgestorven, toch leeft er nog een afstammeling van deze diergroep, de Nautulis. Waarom is dit een belangrijke soort voor de paleontologie?
-de Nautulus is voor de paleontologie van belang omdat dit organisme ons informatie verschaft over de leefwijze en bouw van de reeds uitgestorven ammonieten.
15) Hier zie je fossiele slakken uit het Paleozoicum, het Mesozoicum en het Kenozoicum. Welke twee belangrijke verschillen vallen je op en hoe zou je die verklaren?
-wat opvalt is het verschil in kleur en complexiteit. Dit zal zeer waarschijnlijk door evolutie veroorzaakt zijn (verandering van millieu wat deze mutaties tot voordeel maakte).
16) Waarom wordt de degenkrab ook wel een levend fossiel genoemd?
-de degenkrab wordt ook wel zo genoemd omdat dit organisme nog niet utigestorven is en door de tijd heen nauwelijks veranderd is.
17) De reuzensalamander -Andrias scheuzeri- is het beroemdste fossiel van het Teylers Museum.
a) Waarom is dit het beroemdste fossiel?
-dit is het beroemdste fossiel omdat het vroeger werd aangezien voor het skelet van een mens.
b) Verklaar de oudste wetenschappelijke naam van dit fossiel.
-de oudste wetenschappelijke naam -homo diluvii testis et theoscopos- de mens getuige van de zondvloed. Deze naam was gekozen omdat men indertijd geloofde dat dit het skelet was van een mens, omgekomen in de zondvloed.
c) Verklaar de moderne wetenschappelijke naam van dit fossiel.
-de wetenschappelijke naam, Andrias scheuchzeri scheuchzeri, is gekozen omdat dit fossiel gevonden is door Andrias Scheuchzeri.
18) Vliegende reptielen -Pterodactyli- hadden een vlieghuid tussen de vingers en waren in staat tot glijvluchten, maar ook echt vliegen of fladderen, zoals een vleermuis. In hun bek zaten scherpe tanden. Wat zal hun voedsel zijn geweest?
-afgaande op de grootte van deze fossielen neem ik aan dat dit organisme zich met insecten gevoed zal hebben. De grotere soorten zullen zich met andere Pterodactyli gevoed hebben.
19) Kwastvinnige vissen worden gezien als de overgang van vissen naar amfibien. Beschrijf de overgang van kwastvinnigen naar amfibien, let hierbij op het geraamte en de bouw van deze dieren.
-de kwastvinnige hebben al vier vinnen. De graten worden steeds dikker, en kootjes vormen zich. Langzaam ontstaat de onderverdeling in vingers en de vinnen vormen zich tot poten.
20) Hoe zijn de afdrukken van het handdier ontstaan?
-afdrukken in klei en zandsteen zijn versteend geraakt, waardoor ze bewaard zijn gebleven.
21) Tot welke groepen behoren de organismen uit het Paleozoicum die in vitrine 23 en 24 liggen?
-in deze vitrines liggen reptielen en gevleugelde reptielen.
22) Fossielen in barnsteen zijn altijd insecten of spinnen, maar ook zaden, blaadjes of takjes.
a) Wat is barnsteen?
-Versteende hars, ook wel amber.
b) Waarom betreffen de insluitsels altijd kleine diertjes?
-de insuitsels betreffen altijd kleine diertjes omdat de druppels hars die van de boom af komen behoorlijk klein zijn. Soms raakt er een insect of klein diertje gevangen in zo’n druppel, en als die druppel dan onder de grond raakt, versteent deze.
23) Bekijk de diverse kaakfragmenten van de Mosasaurus.
a) Wat valt je op als je naar de tanden in de kaak kijkt?
-wat opvalt is dat er meerdere rijen tanden onder elkaar zitten, dit organisme had het vermogen tanden te wisselen.
b) Welke huidige diergroep bezit dit vermogen nog?
-de haaien bezitten dit vermogen ook.
c) Waarom denkt men dat de Mosasaurus dichterbij de slangen en hagedissen staat dan bij de dinosauriers?
-omdat het verhemelte bestaat uit twee botten en omdat er twee rijen tanden in de kaak zitten, net zoals bij boa constrictors.
24) Bekijk de schedel van de gorilla en van de Neanderthaler. Welke verschillen zie je tussen de schedels en kaken?
-de herseninhoud van de Neanderthaler is groter. Ook is de kaak minder groot en meer naar achteren geplaatst. De wenkbrouwen zijn minder prominent aanwezig(ingezonken in de schedel).
Tweehoornig monster van Fayûm
De Arsinoitherium zitteli Beadnell, ook wel tweehoornig monster van Fayûm leefde in het laat-Eoceen en Oligoceen(38-27 miljoen jaar geleden) en is gevonden in Fayûm(Egypte).
Al doet het skelet misschien aan een dinosaurier denken, dit monster was een zoogdier. Het behoort tot een groep van primitieve neushoornachtigen, maar in tegenstelling tot de neushoorns, maken de hoorns van dit dier onderdeel uit van het skelet.
Fossiele resten van dit organisme zijn gevonden in onder andere Egypte, Lybie, Oman en Angola.
De naam Arsinotherium heeft dit dier gekregen omdat de meeste fossielen gevonden zijn in Fayûm, waar het paleis lag van Arsinoe, een egyptische farao.
Dit enorme dier (1.8 meter hoog, 3.5 meter lang) woog ongeveer 2500 kilo.

arsinotherium
Wat het meeste opvalt aan dit dier zijn de enorme hoorns op zijn kop, die hol zijn van binnen. Vermoedelijk kon de Arsinotherium hier een geluid mee produceren, wat een belangrijke rol speelde in het paringsproces. Vanzelfsprekend dienden deze horens ook ter verdediging. Omdat er sporen van bloedvaten gevonden zijn, vermoeden wetenschappers dat de horens bedekt waren met huid.
Dit dier was een herbivoor en was vermoedelijk de hele dag bezig met het verzamelen van vruchten en bladeren. Ze leefden in regenwouden en moerassen.
De bouw en de stand van de poten wijst erop dat dit organisme veel tijd in het water doorbracht, want deze zijn beter geschikt voor waden of zwemmen in ondiep water dan voor lopen over land.

arsinotherium reconstructie
De volwassen Arsinotherium had bijna geen natuurlijke vijanden (vooral door zijn grootte en enorme hoorns), de jongen van dit dier echter wel. Het is waarschijnlijk dat er op hen gejaagd werd door de creodonta.

creodonta
De Arsinoitherium zitteli Beadnell behoort tot het rijk van de animalia (dieren), tot dat stam van de chordata (chordadieren), tot de klasse van de Mammalia (zoogdieren), tot de superorde van de Afrotheria, tot de orde van de Embrithopoda en tot de famillie van de Arsinoitheriidae.
Volgens de site van het Teylers museum heet dit organisme ook wel het ”tweekoppig monster van fayûm”, maar ik denk dat dat een foutje is.
Artikel
http://www.refdag.nl/artikel/1372689/Evolutie+met+de+mond+vol+tanden.html
Deze tekst bleek niet helemaal te zijn wat ik verwacht had, meer een soort verkooptekst, maar toch zal ik hem beschouwen.
In dit artikel wordt geprobeerd de evolutietheorie naar beneden te halen met verschillende argumenten.
Ten eerste wordt het bestaan van mutaties erkend, maar wel wordt gezegd dat mutaties altijd tot informatieverlies leiden, nooit tot een verbetering. Als tegenvoorbeeld wil ik hier de berkenspanners aandragen. Deze vlindersoort was oorspronkelijk wit, maar er bestonden enkele gemuteerde zwarte exemplaren. Dezen waren in het nadeel, omdat zij makkelijker te vinden waren voor roofdieren. Met de inzet van de industriele revolutie echter, bleef er zo veel roetaanslag op de witte berken achter, dat de zwarte vlinders in het voordeel waren. Dit was dus een vooruitgang, een kenmerk wat ervoor gezorgd heeft dat deze soort kon overleven en geen informatieverlies. Ook wordt gezegd dat nieuwe informatie niet spontaan kan ontstaan, maar niets is minder waar. Stel je voor, je neemt 200 willekeurige letters. Deze laat je door een computer in alle mogelijke volgorden zetten, en of je wilt of niet, ergens zal zich een zin vormen die ergens op slaat. Nieuwe informatie, gevormd uit pure informatieloosheid.
Ten tweede wordt beweerd dat tussenvormen uitsterven omdat ze niet kunnen overleven. Natuurlijk kennen we wel degelijk enkele tussenvormen (het oogdiertje bijvoorbeeld, als tussenvorm tussen plant en dier). Maar eigenlijk is het ook heel logisch dat we weinig tussenvormen kennen. Die ‘tussenvormorganismen’ waren minder aangepast aan hun omgeving dan de geevolueerde soort daarvan. Ze zijn dus relatief snel uitgestorven.
Dan wordt de evolutie weerlegd met het argument dat ingewikkelde symbioses, zoals je in koraalriffen ziet, niet door mutaties kunnen ontstaan. De tussenvormen zouden niet alleen kunnen overleven. Dit argument snap ik niet helemaal, natuurlijk kunnen de tussenvormen niet alleen overleven, ik zie niet in wat dat tegen de evolutie zegt. Ook de organismen die wij kennen, het koraal, kan niet solitair overleven. Het samen evolueren van organismen is wel degelijk mogelijk, dat noemen we co-evolutie. De omringende organismen maken namelijk deel uit van het millieu van het organisme, het is dus gewoon goed aangepast aan zijn omgeving. De oorspronkelijke organismen leefden naast elkaar en zijn toen langzaam afhankelijk van elkaar geworden.
Dan wordt beweerd dat dolfijnen af zouden stammen van koeien, en dat dit zou bewijzen dat ze geschapen zijn. Ik zie dolfijnen echter meer als een weerlegging van de theorie dat er geen tussenvormen zouden zijn. De dolfijn is juist een prachtig voorbeeld van een tussenvorm tussen land en zeedier. Hun lichamen zouden zo perfect zijn voor leven in het water, dat dit niet geevolueerd zou kunnen zijn. Zonder blaasgat zouden ze niet kunnen overleven. Ik denk echter dat de tussenvormen tussen vissen en dolfijnen, zowel een beginsel van blaasgat en longen hadden, als kieuwen.
Ook wordt beweerd dat conform evolutietheorie alle vissen dezelfde manier van voortbewegen zouden moeten hebben, omdat alleen de beste manier van voortbewegen zou overblijven. Wat hier echter over het hoofd gezien wordt, is dat er misschien niet een beste manier is. Er zijn verschillende manieren die geschikt zijn en dus naast en uit elkaar konden ontstaan.
Letterlijk wordt er beweerd: “Instincten bij dieren ontkrachten eveneens de evolutiegedachte. Als de angst van een gnoe voor een leeuw moest evolueren, was het dier uitgestorven voordat het instinct ontwikkeld kon zijn.” Ten eerste heb ik nooit iemand horen beweren dat instincten geevolueerd zijn. Instincten schijnen een onderdeel van de hersenen te zijn, maar in hoeverre dat in de genen vastgelegd is, is tot nog toe niet bekend. De werking van de hersenen is zo ingewikkeld dat we geen flauw idee hebben in hoeverre karakter en instincten vastgelegd zijn en hoe het denkproces werkt. Een beetje vreemd dus, om een theorie te weerleggen door een argument tegen te spreken wat niet gebruikt is.
Vervolgens wordt een beroep gedaan op een aantal beroemde geleerden, die beweren dat er sprake zou kunnen zijn van een ontwerp in de natuur. Nu vraag ik me af wat voor waarde we daaraan moeten hechten, aangezien er een heleboel wetenschappers waren die overtuigd waren dat de aarde plat was. Ook wordt een citaat van Maxwell gebruikt, die iets zegt over gelijkvormigheid van moleculen, wat naar mijns inszien helemaal niets met evolutie te maken heeft.
Ook wordt er gezegd dat er geen sluitend bewijs is voor macro-evolutie. Op zich is dit logisch, omdat dit een lange periode vereist, langer dan dat wij leven, maar bewijsloos is deze theorie niet. We hebben immers fossielen die deze theorie onderbouwen. Dan wordt er een beroep gedaan op ‘wetenschappelijke gegevens’: “De wetenschappelijke gegevens spreken deze vorm zelfs tegen.” Maar die wetenschappelijke gegevens worden niet genoemd. Ik ben wel benieuwd naar de bron.
Dan wordt in een poging alle evolutionisten zwart te maken Hitler uit zijn graf gehaald, maar als we op die toer gaan, mogen we het Christendom afzweren op grond van de inquisitie alleen al.
Daarna wordt er iets vaags gezegd over een ‘bewezen erfelijheidsleer’ van Mendel, die lange tijd ongeaccepteerd was, maar hoe dit de evolutieleer tegenspreekt wordt niet duidelijk.
Vervolgens wordt er ingegaan op een van de belangrijkste onbeantwoorde vragen van de geschiedenis. “Hoe is, uit levenloze chemicalien, het eerste leven ontstaan?” Beweerd wordt dat het eerste leven geschapen is, omdat er geen fossielen gevonden zijn van deze eerste levensvormen. Eerlijk gezegd lijkt me dat heel logisch, omdat fossielen over het algemeen overblijfselen van skeletten zijn, en de eerste organismen zeer waarschijnlijk geen skelet hadden. Mochten deze fossielen wel bestaan, dan zitten ze zo diep in de aarde, dat we daar moeilijk bij kunnen komen. Ook zullen ze door de grote druk van de aardlagen waarschijnlijk vernietigd zijn.
Als een van de laatste punten wordt gezegd dat de aarde niet zo oud is als wij denken. Dit beweren ze omdat fossielen soms in een erg actieve houding gevonden zijn. Zij zouden overvallen zijn door de zondvloed. Logischer is echter, dat ze het slachtoffer waren van vulkanische activiteit.
Dan wordt gezegd dat wetenschappelijk onderzoek uitwijst dat wel degelijk alle diersoorten in de ark pasten en dat er ook nog ruimte was voor voedsel. Ik me af welk wetenschappelijk onderzoek en hoe serieus we dit onderzoek moeten nemen, weer mist een bron.
Als laatste wordt gezegd dat de lengte van de aarde steeds langer geschat werd en dat er steeds wildere theorieen ontstonden omtrent evolutie, maar dat deze alleen ontstonden door ideeen van atheisten en Deisten. Darwin echter, de grondlegger van de evolutieleer, was een overtuigd Christen. Ook vind ik het niet vreemd dat mensen die niet Christelijk zijn, met een theorie komen buiten de Bijbel om. Deze mensen hebben hierover nagedacht, onderzoek gedaan in plaats van klakkeloos aannemen wat er in een eeuwenoud boekje staat.
Met andere woorden, de argumentatie in dit artikel was verrassend slecht. Ik denk niet dat dit serieus genomen moet worden.
Beeldanalyse de Sterrennacht | van Gogh
Posted in: artikelen by nihlaeth on April 15, 2009
Titel kunstwerk: de Sterrennacht
Kunstenaar: Vincent van Gogh
Jaar: 1889
Afmetingen: 73×92cm
Materiaal: Olieverf op doek
Waar te zien: Museum of Modern Art (New York City)
Inhoud
Onderwerp
Dit is een weergave van een sterrennacht met daaronder een slapende stad. Vaak worden de volgende woorden van Vincent van Gogh ermee geassocieerd: “Waarom, vraag ik me af, zouden de stralende stippen in de lucht niet net zo makkelijk te bereiken zijn als de zwarte stippen op de kaart van Frankrijk? Net zoals we de trein naar Tarascon of Rouen nemen, gebruiken we de dood om naar de sterren te reizen.”
Er gaat een melangolische, iewat slaperige sfeer uit van het schilderij.
Voorstelling
Op de donkerblauwe lucht als achtergrond zijn elf sterren afgebeeld als lichtbollen van verschillende grootte in geel- en wittinten. Rechts bovenin is de maan afgebeeld in een cirkel van licht. Links over de hoogte van het hele schilderij is op de voorgrond een donkere vorm afgebeeld wat nog het meeste lijkt op een boomtop en een rotspunt. Van links komt ook een iets lichtere windvlaag die tot over het centrum van het schilderij komt. Deze is weergegeven met grijstinten en cirkelende patronen. Op 1/3 van het doek (van onderen) is een lichtgevende grillige horizon van blauwe bergen afgebeeld met daaronder een stad. Voor de stad is vooral blauw en groen begruikt, maar ook wel wat geel voor de verlichte ramen.
Boodschap
Aan de ene kant ligt de stad er heel slaperig bij, loom. De sterrenhemel schittert ons uitnodigend toe en de windvlaag doet denken aan een zwoele zomernacht. Als je kijkt naar de zin die hieraan gekoppelt wordt, dan zou de betekenis wel kunnen zijn dat ook al is de stad fysiek dichterbij dan de sterren, toch zijn de sterren helderder. En makkelijker te bereiken door te sterven. Dit is echter geen negatieve boodschap. Er gaat rust uit van het schilderij, ook berusting. Uitgaande van het feit dat dit geschilderd is door vincent 13 maanden voor zijn zelfmoord, denk ik dat hij al nadacht over sterven. Hij was klaar met het leven en heeft dat uit willen drukken in dit schilderij. Hij verheerlijkte de dood.
Abstrahering
Dit kunstwerk is figuratief, alle vormen en figuren zijn duidelijk te herkennen, maar het is geen realistische weergave van de werkelijkheid. Dit schilderij is opgebouwd uit de voor van Gogh typische grove toetsen, wat sommige vormen moeilijk te herkennen maakt, maar het heeft ook zo z’n charme. Het is een manier om iets abstracts als een luchtstroom te vertalen naar iets figuratiefs en daarbij een bijzondere wijze van licht afbeelden.
Stroming
Dit schilderij behoort tot het postimpressionisme. Het postimpressionisme is een reactie op het impressionisme en wil vluchtig en vormloos schilderen wat je terug ziet in de grove toetsen. Het doel van het impressionisme is om verder te gaan dan het weergeven van iets uit de werkelijkheid. Zoals we ook in de dichtkunst zien wordt de realiteit meer en meer losgelaten om plaats te maken voor emotie. Sfeer is hier belangrijker dan vorm. Wat ook kenmerkend is voor het postimpressionisme is de grote dynamiek die ontstaat door toetstricting, waar ook dit schilderij een goed voorbeeld van is.
Vorm
Licht
In dit schilderij is zowel natuurlijk licht als kunstlicht te zien. Alle licht is tegenlicht. Het natuurlijk licht komt van de sterren en de maan, en de opkomende zon achter de horizon, het kunstmatige licht komt van de gebouwen in de stad. Dit is wel allemaal getempert licht, het is niet fel genoeg om de duisternis op te heffen. Aangezien de definitie van schaduw de afwezigheid van licht is, is vrijwel het gehele schilderij in schaduw gehuld (op de lichtbronnen na). Er is dus zowel veel slagschaduw te zien (schaduw van de bergen op de stad) als eigenschaduw (overal).
Kleur
De overheersende kleuren in dit schilderij zijn blauw (donker blauw) en geel (vaak met wit). Er is een heel sterk licht-donker contrast aanwezig, vooral tussen het geel van de sterren en het donkere blauw van de hemel. Beneden bij de stad is ook wat groen gebruikt, en hier en daar wat bruin en de boomtop op de voorgrond is bijna helemaal zwart met wat bruine vegen. Kleur-kleur contrasten zijn natuurlijk overal te zien en er zitten ook wel wat koud-warm contrasten in, net als zuiver-onzuiver contrasten. De koud-warm contrasten zitten hem vooral in sommige sterren die met een heel koud wit zijn geschilderd tegen het warme blauw van de achtergrond. Het zuiver-onzuiver contrast zit vrij subtiel over het doek verspreid, aangezien zuivere toetsen en met zwart en wit aangelengde toetsen naast elkaar gebuikt zijn.
Dit is een polychrome kleurfamilie.
Ruimte
De opvallendste manier van ruimte-suggestie is verkleining. De boomtop op de voorgrond is enrom vergeleken met de bebouwtjes in de stad. Ook is er gebruik gemaakt van overlapping, wat te zien is bij de boomtop, de gebouwen in de stad en de bergen.
Ook is er aan de randen veel afgesneden, onder andere de boomtop, de stad en de bergen. Verder zijn de huizen plastisch weergegeven en is er gebruik gemaakt van plans. Het eerste plan is de boomtop (met een soort van struikje er naast), het tweede plan is de stad, het derde de bergen en het vierde de sterrenhemel. De windvlaag zweeft net achter het eerste plan.
Opvallend is dat de voorgrond zwat is terwijl het naar de bergen toe meer en meer blauw wordt. Dit is kleurperspectief, maar je zou het ook atmosferisch perspectief kunnen noemen (niet mijn keuze).
Ook is er gebruik gemaakt van hoger plaatsen. Elk huis staat weer hoger en daarboven de bergen.
Vorm
De geometrische vormen in dit kunstwerk zijn de gebouwen in de stad, dit is een opeenhoping van vele kleine vormen die overlappen. Er is wel vormherhaling te zien.
De verdere vormen zijn allemaal organisch. Buiten de stad om is het vormbeeld een stuk rustiger. De vormen zijn ook een stuk groter en er is geen herhaling.
De vormen zijn allemaal vrij duidelijk en over het algemeen niet grillig. De bergrand aan de horizon echter wel.
Samenhang
In dit kunstwerk overheerst de verticale richting van de boomtop, die versterkt wordt door de uitstekende kerktoren. Voor de rest zijn alle richtingen horizontaal (de horizon, de windvlaag, etc.).
Er zijn weinig kleuren gebruikt, wat samen met de grote vormen een rustige indruk geeft.
Toch zou ik dit schilderij dynamisch willen noemen. De compositie is asymetrisch, de boomtop en de windvlaag van links zorgen dat de aandacht naar links gaat.
De kolkende zee van verf die van Gogh heeft gecreerd met zijn toetsen maken dit een schilderij die de titel dynamisch waardig is.
Functie
Levensbeschouwelijk
Dit schilderij heeft geen religieuze functie, wel een levens beschouwelijke. Dit schilderij laat ons nadenken over de dood, het eeuwige. Vooral als je de woorden van van Gogh eraan koppelt.
Estetisch
Onlangs de postimpressionistische insteek van het loslaten van de werkelijkheid zit er schoonheid en realisme in die dit tot een prachtig kunstwerk maken.
Educatief
Ik denk dat dit schilderij vooral een zelfreflecterende functie voor van Gogh had. Misschien dat hij hiermee anderen inzicht wou geven, dat kan ik niet beoordelen. Misschien een vorm van therapie?
Functie
Dit schilderij is niet zozeer voor amusement of decoratie gemaakt, ik denk dat van Gogh dit schilderij voor zichzelf heeft gemaakt, om zijn gevoelens te uiten. Zoals ik al eerder noemde, voor zelfexpressie. Het heeft uiteindelijk wel een decoratieve functie gekregen en het wonderlijke toetsenspel maakt het een lust voor het oog.
Mening
Mijn eerste indruk van dit schilderij was niet een heel bijzondere. De toetsen gaven het een niet zeer bijzonder uiterlijk omdat er details misten. Maar toen ik beter ging kijken veranderde mijn mening. Als je lang genoeg naar dit schilderij kijkt pakt de sfeer je, je gaat nadenken over de boodschap, het gevoel er achter. Als je dichtbij genoeg kunt komen zie je plotseling wat voor een prachtig kleurenspel de toetsen vormen, en wat een bijzonder wervelend patroon. Ook de compositie mag er wezen, de boomtop trekt vrij subtiel je aandacht naar de krullende windvlaag, die je verder leidt naar de lichtbollen van de sterren, door naar de maan.
Ik vind dit schilderij, onlangs mijn afkeer voor te grove toetsen, werkelijk prachtig.
Santa Prassede (Rome)
Posted in: artikelen by nihlaeth on April 13, 2009
De bassiliek “Santa Prassede” is vernoemd naar Sint Prassede (ook wel bekend als St. Praxedes), een Romeinse die ten tijde van het heerschappij van Marcus Antonius Christenen bescherming, onderdak en voedsel aanbood, nadat ze door St. Petrus was bekeerd. Ook moedigde ze hen aan in geloof en begroef ze de lichamen van hen die slachtoffer waren geworden van de vervolging.
De bassiliek staat vlak bij de “Santa Maria Maggiore” en is verschillende keren herbouwd. Men vermoedt dat de Santa Prassede voor het eerst gebouwd is door paus Pius I rond 150 A.D., maar hier zijn geen harde bewijzen voor.
Ook de fundamenten van de 5de eeuwse kerk zijn nog niet ontdekt. Deze kerk stond bekend als “Titulus Praxedis” en werd voor het eerst in een tekst genoemd in 489, maar deze kerk zou gebouwd kunnen zijn in de tijd van paus St. Siricius (384-399).
De kerk zoals hij nu is, is gebouwd in het begin van de 9de eeuw, ten tijde van paus Paschal I (817-824). De kerk is herbouwd omdat deze in erbarmelijke staat verkeerde. Paus Paschal was bezig om de vergeten kerken van Sinten opnieuw onder de aandacht te brengen, maar heeft ook deze basilliek gebruikt als begraafplaats voor zijn moeder Theodora. Helaas is bij een latere restauratie een groot gedeelte van de vroeg-christelijke aspecten verdwenen.
Het is aan te raden om een paar euro mee te nemen als je deze kerk gaat bezoeken, het licht werkt namelijk met een muntautomaat. Deze kerk wordt vanwege haar schoonheid ook wel “Orto del Paradiso” genoemd, ofwel paradijstuin. Twee zuilen en een architraaf van een romeins tempeltje sieren de (zuidelijke) ingang. De oostelijke ingang, aan de “Via Di Santa Prassede” ziet er veel minder interessant uit, neem dus de zuidelijke, mits toegankelijk, aan de “Via di Sant Martino ai Monti”. De binnenkant is versierd met vele mozaieken. Door de gehele kerk heen zijn sporen te vinden van de oprichter, paus Paschsal I. Niet alleen zijn er verschillende teksten in het (kerk)latijn te vinden die verklaren dat Paschal hoopte een plaatsje in de hemel voor zichzelf te reserveren door deze kerk te bouwen en Sinten een begraafplaats te geven, ook is hij afgebeeld op een van de mozaieken met een schaalmodel van de kerk in zijn handen.
Doordat de steentjes van de mozaieken niet helemaal recht liggen, lijken ze te schitteren wat voor een prachtig effect zorgt samen met de warme kleurenweelde. De grootse architectuur in combinatie met dit kleurenspel zorgt voor een overweldigende indruk.
Om het hele verhaal af te maken, heeft deze kerk ook een relikwie. De plek waar deze begraven ligt, is aangegeven in het midden van de vloer voor de zuidelijke ingang. Hier zou de spons liggen waarmee Sint Prassede het bloed van de 23 martelaren die voor haar ogen vermoord werden opgezogen had.
Bronnen
-sacred-destinations.com
-casa-in-italia.com
-romanchurches.wikia.com
-scholieren.com/werkstukken/9267
-wikipedia.org
De pijlinktvis (Loligo Vulgaris)
Posted in: artikelen by nihlaeth on April 11, 2009
Pijlinktvis (Loligo Vulgaris)
De pijlinktvis is een bijzonder organisme. Niet alleen heeft hij, in tegenstelling tot de octopussen, tien tentakels, ook heeft dit dier het vermogen te communiceren via kleur.
Bouw
De pijlinktvis kan ongeveer 60 cm groot worden en kan vele kleuren hebben, maar is meestal roze met wit en paarse vlekken. De reuzepijlinktvis echter, kan naar verluid wel 20 meter groot worden.
De pijlinktvis is radiaal symmetrisch en zijn 10 tentakels bevinden zich rond zijn mond. Twee van deze tentakels dienen om voedsel te vangen en zijn wat langer dan de andere acht, die dienen om het voedsel de mond in te bewegen. Het achterlijf is pijlvormig omdat er twee zijwaarts gerichte vinnen aan zitten.
Ook heeft de pijlinktvis het vermogen om inkt uit te scheiden, om vijanden af te schrikken.
De pijlinktvis heeft een inwendig skelet, wat bestaat uit een chitineschild wat in het achterlijf ingebed is.
Verder heeft de pijlinktvis twee kieuwen en drie harten. Een systemisch hart en twee kieuwharten.
Als er weinig licht is, lichten deze dieren op.
Indeling
De pijlinktvis behoort tot her rijk der dieren en tot de stam van de Mollusca(weekdieren). Verder wordt hij ingedeeld in de klasse van de Cephalopoda(koppotigen), in de onderklasse Coleoidea, in de superorde van de Decapodiformes en de orde van Teuthidia.
Leefomgeving&soorten
Deze dieren leven vanzelfsprekend in de zee.
In de noordzee komen voornamelijk 3 soorten voor, namelijk de gewone pijlinktvis(Loligo vulgaris), de noordse pijlinktvis(Loligo forbesii) en de kleine pijlinktvis(Alloteuthis subulata).
Voortbeweging
Een pijlinktvis heeft een zogenaamde sifon(denk aan een spuitfles), waar hij met grote snelheid water door kan pompen, wat hem in staat stelt met grote snelheden te bewegen.
Voedingswijze
De volwassen dieren eten voor het grootste deel haring en sprot, de jonge dieren voeden zich meestal met zöoplankton. De volwassen dieren jagen door met grote snelheid door een school vissen te zwemmen en dan met een snelle beweging hun prooi te grijpen.
Voortplanting
Elk jaar in mei/juni komen de inktvissen in grote getalen naar de kust om hun eieren te leggen. De eieren, die in grote trossen samengekleefd zitten duren er enkele weken over om uit te komen.
Communicatie
De pijl inktvis heeft het bijzondere vermogen om te communiceren met soortgenoten door middel van kleur.
De pijlinktvis in de maatschappij Meestal wordt de pijlinktvis afgeschilderd als gevaarlijk, maar dat is hij zeker niet.
De pijlinktvis wordt wereldwijd beschouwd als lekkernij en staat ook wel bekend onder de Italiaanse naar camalami.
